|
In de onherbergzame bossen van Alabama stranden twee stellen met autopech. Ze moeten te voet verder gaan, op zoek naar hulp. Als de duisternis invalt, zien ze tot hun opluchting een huis waar ze de nacht kunnen doorbrengen. Welliswaar zijn ze nog steeds ver van de bewoonde wereld, maar in elk geval zijn ze veilig voor de nacht. Denken ze...
Zo begint een verhaal dat de lezer buiten adem van spanning houdt tot de allerlaatste bladzijde. De stellen blijken niet toevallig in dit huis te zijn beland: ze zijn erheen gelokt door de angstaanjagende man die nu door het huis heen doolt. Hij eist dat de vier vóór zonsopgang zelf iemand uit hun midden doden; anders zal hij hen allemaal doden. Ze hebben dus minder dan twaalf uur de tijd om te ontkomen. Het huis houdt hen echter zelf gevangen, met een duistere kracht. De enige manier om eruit te ontsnappen, is verder in het huis door te drinegn. Maar in de geheimzinnige diepten van het huis staan hen angstaanjagende confrontaties te wachten...
Een fragment uit Het Huis van Frank Peretti & Ted Dekker
'Het lijkt erop dat we de enige gasten zijn vannacht,' zei Jack. Randy knikte. 'Volgens mij rekenen ze op helemaal niemand.' 'Weet je dat zeker?' vroeg Leslie. 'Alles was anders voorbereid voor gasten. Alle lichten waren aan, het bordje op de voordeur...'
'Maar waar zijn de eigenaars dan?'
Stephanie draaide op haar hakken rond om de begane grond te verkennen. 'Er is voor vier personen gedekt.'
Ze keken allemaal tegelijk door de doorgang tegenover de salon, die naar de eetkamer liep. Het was geen weelderige zaal, maar wel mooi. Op de tafel lag een tafellaken van brokaat; bij vier zitplaatsen was voor een complete maaltijd gedekt. Vooraan op de tafel stond een karaf met gekoelde ijsthee, waarop het condensvocht parelde. Randy liep naar de tafel en pakte de karaf. 'Heeft er iemand dorst?' Hij vulde een glas en nam een slok.
'Ze verwachten dus kennelijk vier personen,' constateerde Stephanie. 'En rond deze tijd,' vulde Randy aan.
Jack keek nadenkend. 'Maar ons verwachten ze zeker niet.''
'Nee,' antwoorde Randy, die van zijn ijsthee genoot. 'Maar wij zijn vanavond hun gasten, of ze dat nu...' De lichten flikkerden. 'Wat nu weer?''
Alle lichten vielen uit.
Onwillekeurig pakte Stephanie Jack beet. 'O, wat nu?'
'Nu gaat het leuk worden,' hoorde ze Randy zeggen.
De ene ramp na de andere, net als deze hele reis, dacht Jack. Hij keek uit het raam, dat nu een zwarte rechthoek was die een wereld van bodemloze schaduwen en onduidelijke vormen omlijstte. 'De tuinverlichting is ook uit.'
'Blijf stilstaan tot we aan het donker gewend zijn,' zei Leslie.
'Heeft iemand een aansteker?' Randy's stem.
'Stephanie,' zei Jack. Hij hoorde haar in haar tas rommelen en voelde hoe ze het voorwerp in zijn hand duwde. Hij klikte het aan. Het licht van het kleine, gele vlammetje verlichtte de kamer vaag.
'Kijk eens aan,' zei Randy. 'Zij is in elk geval voorbereid. Kom op.'
Hij liep weer naar de hal en stak over naar de salon. Jack liep met hem mee en lichtte bij. Randy liep naar de openhaard en pakte een decoratieve olielamp van de schouw erboven. Uit een doos bij de haard haalde hij vervolgens een lange lucifer tevoorschijn die met één streek tegen de stenen vlam vatte. De olielamp brandde onmiddelijk. 'Mooi. Dan kunnen we nu gaan zoeken naar kaarsen, lucifers, een zaklamp, wat dan ook om ons te behelpen in deze situatie - aangezien de eigenaars er niet zijn om de zaak zelf op te lossen.'
Jack hoorde een geluid dat hij niet thuis kon brengen. Iets dat resoneerde. Een hoge toon. 'Stil eens even!' zei hij. De aansteker verdween in zijn zak.
'Wat?'
'Sst.'
Ze luisterden allemaal. Jack dacht...
'Te gek,' zei Randy, die met de olielamp terugliep naar de hal. 'Net een spookhuis, vind je niet? Niemand aanwezig, dan gaan de lichten uit, en dan... boooeeee.' Hij liet de vingers van zijn vrije hand dansen en de olielamp wierp onheilspellende schaduwen op zijn gezicht.
'Gekraak, gesteun, voetstappen in het donker.'
Leslie schudde haar hoofd en lachtte geammuseerd.
'Niet doen,' zei Stephanie, die haar tas achter de bank neerzette.
Daar was het weer. 'Ik hoorde echt iets,' zei Jack.
Ergens in het donkere inwendige van het huis kraakten balken onder hun last, om daarna weer te zwijgen.
'Geluiden van het huis...' wilde Randy gaan zeggen, maar Leslie legde hem het zwijgen op.
Nu kraakten er ergens vloerdelen.
'Er is hier iemand,' fluisterde Stephanie.
Jack stak zijn hand op om haar te laten zwijgen, hield zijn hoofd schuin en luisterde.
Een stem. Een lied. Een kind.....
CD van de maand: Opwekkingsliederen 34 van Stichting Opwekking.
|