|
Als leden van éénzelfde Lichaam. Zo staat het in artikel 28 van de Nederlandse Geloofsbelijdenis.
Hoezeer we het er ook over eens kunnen zijn dat het nodig is dat ieder zich bij de ware Kerk hoort te voegen, gemakkelijk is dat niet. In dit boekje komt iemand aan het woord die heel lang met dat probleem heeft geworsteld. We volgen de auteur op zijn spannende zoektocht.
Woord vooraf
1. Hoe het begon
2. Scheuringen onder broeders
3. De leer
4. Een optimistisch kerkbeeld
5. Het verbond 6.
Confessie of Geest?
7. Wat nu?
8. Vraag en antwoord
9. Tenslotte
10. Epiloog
Woord vooraf
Leden van één lichaam. Guido de Brès had uit het Nieuwe Testament heel goed begrepen dat christenen op die manier bij elkaar horen. En vele generaties gelovigen hebben het, vier eeuwen lang, nagezegd en beleden. Maar hoezeer we het er ook over eens kunnen zijn dat een ieder schuldig is zich bij de ware Kerk te voegen, gemakkelijk is dat niet. Verre van dat. Het is op zich al moeilijk uit te maken welk kerkgenootschap nu de lijnrechte voortzetting vormt van de door de reformatoren in de zestiende eeuw aangevangen geloofsgemeenschap.
Hoe het begon Als je bent geboren en opgevoed in de Christelijke Gereformeerde kerken en daarvan een kleine 50 jaar deel hebt uitgemaakt, dan breek je er zo maar niet mee, tenzij uit onverschilligheid. Dit laatste nu was in het geheel niet het geval. Integendeel, de kerk en alles wat er mee samenhangt had mijn grootste belangstelling en de perioden dat ik als diaken en ouderling het ambt bekleedde heb ik me er in het algemeen graag en ten volle aan gegeven. En zelfs meer dan dat, op allerlei wijzen zette ik mij in, gedreven door mijn liefde tot Christus, zijn Gemeente en de verloren mensheid, voor zo ver dit in mijn vermogen lag en met veel gebrek van mijn kant, om de gelovigen op te bouwen en de ongelovigen iets te doen zien van de heerlijkheid van onze God.
CD van de maand: Opwekkingsliederen 34 van Stichting Opwekking.
|